Boulderen in Fontainebleau

Boulderen is een groeiende binnensport. De roots van de sport liggen echter buiten, in de natuur. Het beklimmen van echte rotsblokken is waar het allemaal mee begon. Eerst om te trainen voor alpiene beklimmingen, later verschoof de prioriteit naar het beklimmen van zo moeilijk mogelijke korte boulderroutes en de schoonheid van de boulderbewegingen.

Back to nature
Wil jij terug naar de roots van de sport, back to nature? Op zoek naar prachtige rotsblokken met voettreedjes kleiner, en grepen ronder, dan je in de boulderhal kunt vinden? Dan hoef je niet ver te reizen. Eén van de mooiste bouldergebieden van de wereld ligt op slechts 5,5 uur rijden van Nederland. De ideale plek om op ontdekking te gaan en je klimtechniek te verfijnen. Laat je verrassen door de rijke (boulder)historie van het bos van Fontainebleau.

Bouldermekka van de wereld op slechts 5,5 uur rijden
Het bos van het Franse Fontainebleau ligt 50 kilometer onder Parijs en is het bouldermekka van de wereld. Er zijn weinig bouldergebieden waar je duizenden rotsblokken bij elkaar vindt met zoveel perfecte boulderroutes. Centraal ligt het stadje Fontainebleau, met een prachtig kasteel, restaurantjes en barretjes. Om Fontainebleau heen liggen kleinere dorpjes, zoals het uit de kunsthistorie bekende Barbizon. In de bossen die Fontainebleau met deze dorpjes verbinden liggen duizenden rotsblokken met boulderroutes verscholen. Bekijk een kaart op bleau.info.

In de (vaak heuvelachtige) bossen rondom Fontainebleau liggen zo’n 100 deelgebiedjes, waar een hoge concentratie van rotsblokken te vinden is.

Circuits van meerdere boulders in verschillende kleuren
In de bouldergebieden van Fontainebleau vindt je bij veel boulderroutes een gekleurd pijltjes op de rotsblokken. De boulderroutes lopen -ongeveer- over deze pijltjes heen. Vaak zijn boulders met dezelfde kleur pijltjes aan elkaar verbonden. Heb je een route het blok op geklommen dan vindt je ook weer pijltjes die wijzen hoe je naar de volgende route toe kunt klimmen. Blijf je deze pijltjes volgen dan klim je een ‘circuit’ van dezelfde kleur (en moeilijkheidsgraad) boulders. Vaak zijn deze circuitboulders ook genummerd.
Tegenwoordig worden de boulders vaker los van elkaar geklommen, dan dat er daadwerkelijk hele circuits worden gedaan. Voor de veiligheid wordt daarbij een crashpad (valmat) onder de boulder gelegd.

Eerstebeklimmers en bouldernamen
Rond 1930 begonnen de locals, ook wel ‘Bleausards’ genoemd, bij te houden welke routes ze klommen op welke rotsblokken. Ze maakte tekeningen, plattegronden en begonnen met het nummeren en verven van pijtjes. De eerste beklimmers van de boulderroutes gaven deze routes een naam. Inmiddels hebben bijna alle boulders (zeker vanaf de 5e graad) op deze manier een naam gekregen. De moeilijke ‘klassieke’ boulders in Fontainebleau zijn zo beroemd dat het noemen van de naam genoeg is voor de fanatieke boulderaar om te weten om welke boulder(route) het gaat en waar die in het gebied te vinden is. Zoek je een video van hoe een boulder geklommen moet worden, dan is die snel gevonden door de naam plus de moeilijkheidsgraad van de boulder in te tikken in de zoekbalk van YouTube of Vimeo. ‘Marie Rose’ is bijvoorbeeld zo’n boulder met veel naamsbekendheid. Het is de eerste 6a van Fontainebleau, geklommen in 1946 door René Ferlet. Ook al is het de eerste van het bos. Makkelijk is de boulder zeker niet. Adam Ondra, één van ’s werelds beste klimmers, had twee pogingen nodig om deze boulder te klimmen.

Guidebooks, topo’s, gidsjes
Er zijn inmiddels een groot aantal gidsjes te vinden waarin de boulderroutes van Fontainebleau te vinden zijn, deze gidsjes noemen we topo’s. Omdat er teveel boulderroutes zijn om in één topo te zetten wordt er vaak gekozen voor; boulders in specifieke gebieden, boulders met een bepaalde moeilijkheidsgraad, de mooiste circuits, of boulders die niet in andere topo’s te vinden zijn.
Zo heeft de Nederlander Bart van Raaij jaren werk en reistijd in drie beroemde topo’s gestopt: 5+6 (2 delen met zo’n 7000 boulders in de 5e en 6e graad) en 7+8 (met zo’n 3000 boulders in de 7e en 8e graad).

Klim je in de boulderhal 5e-graads boulders, dan zijn de 4e-graads boulders in Fontainebleau vaak al flink uitdagend.

De mooiste (ook makkelijke- en kinder-) circuits van Fontainebleau zijn te vinden in één van onze favoriete topo’s ‘Fontainebleau Climbs’. Er zijn ook gidsjes waar foto’s van de blokken in staan met daarop de lijn van de boulder. Dat betekent echter wel vaak dat er minder boulders in de gidsjes passen.  De gidsjes zijn in de boulderhal te koop, online, of bij de campings rondom Fontainebleau. Je kunt bij Kei Boulderhal een aantal Fontainebleau topo’s kopen.

Boulderregels
In Fontainebleau is de regel dat je een boulder hebt geklommen als je bovenop het blok staat. Tip: Check voordat je een boulder klimt ook altijd even of je weer makkelijk van het blok af kan komen.
Waar je moet starten met je handen is soms lastig. Er zijn staande starts, zitstarts en zelfs ligstarts. De meeste boulders start je staand. Moet je anders starten dan staat dat vaak in de topo aangegeven. Soms staat er ook vermeld welke greep of grepen je daarbij moet gebruiken. De boulders stap je statisch in, een springstart of in-huppen is net als in de hal, tenzij anders aangegeven, uit den boze.
Bij een staande start zitten de handgrepen vaak rond ooghoogte of schouderhoogte.  Bij een zitstart op heuphoogte of lager. Er is een verschil tussen boulders die enigszins recht omhoog gaan (straight-ups) en boulders die zijwaarts gaan (traverses). Uiteraard is er over deze -en eigenlijk alle definities- altijd discussie. Mirthe van Liere heeft hierover onderstaande video gemaakt. Bouldering: playing the game.

Crashpad en spotten
Vallen bij het buiten boulderen is anders dan het vallen in de boulderhal. Je neemt een valmat (crashpad) mee van een relatief klein formaat. Doorrollen naar achteren is geen optie, je landingszone is beperkt.

Om te zorgen dat je goed valt moet je je bewust zijn van de grootte van je landingszone en de crashpad zo positioneren dat je bij je val geen rotsblok of boomstronk raakt. Ben je met meerdere personen aan het boulderen zorg dan dat de anderen je ‘spotten’.

Spotten is zorgen dat de boulderaar netjes (voeten eerst) op de crashpad(s) land en niet naast de crashpad(s) valt. Bij het spotten vang je de klimmer niet op, maar duw je hem (meestal in de rug) naar de juiste plek; de crashpad. Je kunt bij Kei Boulderhal crashpads huren voor €7,50 per dag.
Meer over spotten lees je in het NKBV-Kenniscentrum.

Het boulderseizoen
Beslissen wanneer je gaat boulderen is een beetje als klimschoenen kopen. Hoe on-comfortabeler het is, hoe meer kans je maakt op de beste prestaties. Wat is er nodig om de meest slechte grepen vast te houden? Wrijving. En wanneer heb je die het meest? Als het super koud is. De die-hard boulderaars gaan in de zomer niet naar Fontainebleau om topprestaties te leveren. Die bewaren ze tot de herfst/winter/voorjaar.  Lees meer over de beste Fontainebleau condities in het artikel: Boulderen is wintersport (NKBV Hoogtelijn).

Wil je de meeste kans op goed weer, houdt je van een zonnetje en wil je jouw -niet boulderende- partner geen traumatische (kampeer)ervaring voorschotelen? Dan raden wij de zomer aan.

Boulderen in de regen
Daar kunnen we kort over zijn. Dat kan niet. De blokken worden één grote glibberpartij en het is super slecht voor de rots. Als de zandsteen rotsblokken nat zijn is er eerder kans op afbreken van grepen en treden. De rots zal ook sneller slijten. Ga dus niet klimmen op natte rotsblokken. Vaak staat er in de topo’s aangegeven welke gebieden in de zon en wind liggen. Deze gebieden zijn het eerst droog. Dit zijn niet de gebieden die in het bos liggen, maar op open plekken op de heuvels.

Natuur en Milieu; Houdt de klimgebieden open.
Natuurlijk dien je je als buitenklimmer overal netjes te gedragen en zo weinig mogelijk sporen achter te laten. Dat zorgt ervoor dat iedereen met plezier in zijn of haar favoriete gebied kan blijven klimmen, ook in de toekomst. Daarnaast liggen klimgebieden soms deels op privégebied, waar klimmen door de eigenaren wordt toegelaten.

Dus:

Overnachten
Er zijn verschillende campings rond Fontainebleau. Het is niet altijd nodig om een plek te reserveren, maar in de vakantieweekenden is reserveren een must (passen/hemelvaart/pinksteren). De volgende twee campings zijn het populairst onder boulderaars:

Camping Les Prés, Grez-sur-Loing
Middelgrote camping voor caravans en tenten. Ruime kampeerplaatsen.
Ligt ten zuiden van bijna alle gebieden.
website
+ Vriendelijke Engelstalige campingeigenaars
+ Ruime plekken (tenzij je op het bivakveld staat)
– Sanitair en douches zijn fris bij koud weer

Camping La Musardière, Milly-la-Forêt
Grote camping voor caravans en tenten met zwembad (speedo verplichting). Er zijn ook hutjes te huur.
+ Op loopafstand van sommige gebieden.
+ Zwembad
+ Hutjes/stacaravans tijdens koudere periodes
– Bij drukte worden de plekken kleiner
website

Ben je meer van de huisjes?
Check AirBnB en Gites de France

Supermarkten
Centraal – Monoprix Fontainebleau (middelgroot)
Noorden – Centre commercial Villiers-en-Bière – Carrefour (gigantisch)
Westen – Intermarché Super Oncy-sur-École (groot)
Zuiden – Intermarché Super Nemours (groot)

Handige links
Website met alle boulders www.bleau.info
Klimshop in Fontainebleau www.scape-shop.com
Decathlon (klimshop) in Centre commercial Villiers-en-Bière (geen topo’s) www.decathlon.fr
Mega boulderhal Karma in Fontainebleau (handig als het regent) www.karma.ffme.fr

Boulderbegrippen
Arête (Frans) – (zij)kant of hoek van een blok.
Assis (Frans) – Zitstart
Bleau (Nederlands) – Afkorting van Fontainebleau, Engelsen gebruiken ‘Font’.
Crashpad (Engels) – Valmat
Crack (Engels) – Spleet [greep]
Dyno (Engels) – Sprong van greep naar greep.
Edge (Engels) – Randje, vaak een kleine greep voor één of twee vingerkootjes.
Flash (Engels) – Boulder in één poging klimmen met voor-informatie, zoals een filmpje, uitleg of iemand anders die hem voorgedaan heeft. Anders dan ‘onsight’, waarbij je geen informatie hebt en blanco voor de boulder staat.
Font (Engels) – Afkorting van Fontainebleau, Nederlanders gebruiken ‘Bleau’.
Hold (Engels) – Greep, handgreep.
Mantle (Engels) – Laatste klimbeweging(en) die je maakt om een rotsblok op te klimmen. [Denk aan het zwembad uitklimmen vanaf de rand]
Morpho (Engels) – Een beweging of boulder die ver is en waarin je lengtevoordeel hebt. [makkelijker voor lange mensen].
Onsight – (Engels) – Boulder in één poging klimmen zonder dat je informatie hebt over hoe je het boulderprobleem kunt oplossen. Anders dan ‘flash’ waarbij je de boulder ook in één poging klimt maar vooraf wel informatie hebt ontvangen.
Overhang (Nederlands/Engels) – Een wand die niet recht is maar naar je toe neigt. Tegenovergestelde van plaat.
Pillar (Engels) – Pilaar, boulder op een recht, hoog blok.
Plaat (Nederlands) – Vooroverliggende rotswand, tegenovergestelde van overhang. ‘Slab’ in het Engels.
Pocket (Engels) – Get in de rotswand, duidelijke greep.
Prow (Engels) – Boeg, boulder op een ronde kant van het blok.
Roof (Engels) – Dak,  horizontaal deel van een rotsblok.
Sidepull (Engels) – Zijgreep, een greep die je aan de zijkant pakt.
Slab (Engels) – Plaat, vooroverliggende rotswand, tegenovergestelde van overhang. ‘Plaat’ in het Nederlands.
Sloper (Engels) – Ronde aflopende greep
Spotten (Nederlands) – Zorgen dat de klimmer op de crashpad valt door hem te duwen/vangen
Undercling (Engels) – Ondergreep, greep die je vanaf de onderkant pakt.
Wall (Engels) – Rechte wand

Heb je nog vragen of mis je informatie? Mail dan naar: info@keiboulderhal.nl

This is a unique website which will require a more modern browser to work!

Please upgrade today!